Grafische termen uitgelegd

Als je voor het eerst drukwerk bestelt, komen alle keuzes die je moet maken misschien wat overweldigend over.
Er is zoveel mogelijk en al die grafische termen maken het er ook niet makkelijker op.

Uiteraard begeleiden wij u hierin maar om u toch een beetje wegwijs te maken hebben wij hieronder een aantal termen omschreven die u vaker zult horen vallen in uw overleg met ons.


Digitaal drukken
Digitaal drukwerk zegt het al, jouw drukwerk wordt geprint op professionele HD printers. Het is bij kleinere oplages goedkoper dan offset drukwerk (de traditionele manier van drukken), en duurder bij grotere oplages.
Ook de druktijden van digitaal drukken zijn korter waardoor het geschikt is voor spoedklussen.

Offset drukken
Offset drukwerk wordt op grote traditionele drukpersen gedrukt. Bij hogere oplages is dit de goedkoopste manier.
Wanneer de kleurechtheid van de Pantone-kleuren een grote rol speelt, dan kunt u beter kiezen voor Offset.

Coated (gestreken) papier
Coated papier voelt gladder aan en heeft van nature een lichte glans. Het is lastiger te beschrijven maar foto's en kleurrijke ontwerpen komen beter tot hun recht.
Coated kies je onder andere voor: Folders, Flyers, Brochures, Menukaarten en Posters.

Uncoated (ongestreken) papier
Uncoated glanst niet en voelt wat ruwer aan, zoals kopieerpapier. Het is goed te beschrijven maar de afbeeldingen ziet er minder sprankelend uit.
Uncoated kies je onder andere voor: Briefpapier, Enveloppen, Schrijf- en notitieblokken, Afsprakenkaartjes.

Vrijstaande foto's
Een vrijstaande foto is handig zodra je deze gaat gebruiken om een foto over een ander element te plaatsen. Vrijstaand is dus zonder achtergrond, dus ook geen witte!

Afloop
Afloop (ook 'bleed' genoemd) betekent dat jouw achtergrond aan alle kanten 3mm groter is dan het eindresultaat. Deze 3mm wordt eraf gesneden om witte randen te voorkomen.
Bijvoorbeeld: Je bestelt een A5 flyer, het formaat hiervan is 148 x 210mm. Een correct aangeleverd A5 document is dan: 154 x 216mm.

DPI
Als je een afbeelding wilt laten drukken, moeten deze van een bepaalde resolutie zijn. DPI staat voor Dots Per Inch.
Voor drukwerk zijn de richtlijnen 300 DPI, voor grote posters 150 DPI en voor internet kwaliteit 72 DPI.

Pixels
Pixelbestanden bestaan uit een vaststaand aantal puntjes. Die worden zichtbaar als je ver inzoomt op een afbeelding. Op het moment dat je een afbeelding vergroot, groeien de pixels ook maar het aantal pixels neemt niet toe. Doordat je pixels vergroot, worden ze op een zeker moment voor het blote oog zichtbaar en wordt de afbeelding dus onscherper. Dus een kleine foto opblazen zal lijden tot een onscherpe kwaliteit.

Maar hoe weet ik nou of mijn foto groot genoeg is?
Ga in de (Windows) Verkenner naar je afbeelding en klik erop met je rechtermuisknop.
Ga naar Eigenschappen. Dan zie je het aantal pixels. Nu is het een kwestie van rekenen:
Aantal pixels / 300 x 25,4 = aantal mm in drukwerk

 

Kleursystemen

CMYK is het kleurmodel dat je printer ook gebruikt. Het bestaat uit cyaan, magenta, geel en zwart en is wordt gebruikt voor drukwerk.
RGB is wat je ziet op je beeldscherm, dus alles wat digitaal is. RGB staat voor Rood, Groen en Blauw.
Pantone kleuren zijn vaste kleuren die voorgemengd zijn en dus het meest kleurecht op drukwerk.

In veel gestelde vragen leggen wij u uit waarom de kleuren van uw logo op verschillende media er anders uit zien.

 

Drukwerk formaten

A0: 841 x 1189 mm / 9933 x 14043 pixels
A1: 594 x 841 mm / 7016 x 9933 pixels
A2: 420 x 594 mm / 4961 x 7016 pixels
A3: 297 x 420 mm / 3508 x 4961 pixels
A4: 210 x 297 mm / 2480 x 3508 pixels
A5: 148 x 210 mm / 1748 x 2480 pixels
A6: 105 x 148 mm / 1240 x 1748 pixel
A7: 74 x 105 mm / 874 x 1240 pixels

 

EPS, JPG, PDF, PNG, TIFF, PSD, DOC, XLS

EPS: dit bestand is meestal gemaakt in Illustrator en is bruikbaar voor iedereen die met grafische programma's werkt. EPS bestanden bestaat vaak uit vectoren en kunnen naar hartenlust vergroot en verkleind worden zonder dat de kwaliteit onscherp wordt.

JPG: Met behulp van dit bestandsformaat kunnen afbeeldingen gecomprimeerd worden, waardoor ze ideaal zijn om via e-mail te sturen of op een website te gebruiken. Gebruik niet een te hoge compressie want dat kan een lelijk effect geven, met name langs de randen.

PDF (Portable Document Format): dit bestandsformaat is ontzettend veelzijdig en geschikt voor zowel drukwerk als digitale media. PDF is zo ingeburgerd geraakt dat het op vrijwel alle apparaten en browsers ondersteund wordt.

PNG (Portable Network Graphics): afbeeldingen die transparant moeten op je website die zijn bewaar je als PNG.

TIFF: Dit bestandsformaat wordt gebruikt voor afbeeldingen in drukwerk en met name grafici werken hiermee.

PSD (Photoshop Document): Het basis bestandsformaat voor Photoshop. Het laat alle lagen en instellingen intact waardoor je het bestand nog kunt bewerken.

DOC (Document): Dit is het formaat waarmee Microsoft Word werkt. Ideaal voor het aanleveren van teksten en ideeën. Gebruik een Word document echter nooit voor het aanleveren van foto's voor drukwerk.
Het is lastig voor je vormgever om de bestanden weer uit dat document te trekken en er is een kans dat Word de kwaliteit van je afbeeldingen aantast. Lever dus altijd de originelen erbij.

XLS (Excel Spreadsheet): Dit bestandsformaat van Excel is perfect voor het aanleveren van tabellen en grafieken. Plaats geen afbeeldingen in Excel tenzij het voor een database is.